Wat is angst?

Iedereen voelt wel eens angst. Het is een nuttige en noodzakelijke emotie, een natuurlijk signaal van ons lichaam dat ons helpt gevaar te herkennen en te vermijden. Als je bijvoorbeeld een brandlucht ruikt, zorgt angst ervoor dat je alert wordt en snel kan reageren. Je lichaam activeert extra energie en dat gaat gepaard met tal van lichamelijke reacties: je hart gaat sneller kloppen, je ademhaling versnelt en je spieren spannen zich aan. Zo maakt je lichaam zich klaar om zich te beschermen tegen gevaar. Meestal zakt die angst weer weg zodra je merkt dat er eigenlijk niets aan de hand is.

Wat is een angststoornis?

Bij sommige mensen is dat alarmsysteem gevoeliger afgestemd en gaat er regelmatig een ‘vals alarm’ af. Dat kan zich als volgt uiten: je voelt je angstig op momenten dat er eigenlijk geen gevaar of duidelijke aanleiding voor is, de angst is veel sterker dan je zou verwachten in een bepaalde situatie of de angst blijft aanhouden wanneer er geen gevaar (meer) is.

Angst kan dan op verschillende manieren tot uiting komen:

  • Lichamelijk: hartkloppingen, zweten, trillen, buik- of hoofdpijn, benauwdheid
  • Psychisch: piekeren, doemdenken, overdreven zorgen maken, moeite met concentreren en slapen
  • Gedrag: vermijden van situaties of juist veel controle willen houden (bv. door extra zaken te doen of voorwerpen bij je te hebben, extra geruststelling te vragen …)

Mensen met een angststoornis voelen zich dan voortdurend gespannen, vermijden situaties die hen bang maken, of ervaren een verlammend gevoel waardoor gewone dingen plots heel moeilijk worden. Het lijkt alsof de angst steeds meer grip krijgt op hun leven.

Wanneer angst zo’n grote rol speelt dat je niet meer kunt doen wat je eigenlijk wilt doen, spreken we van een angststoornis. Dat komt vaker voor dan je misschien denkt: ongeveer 1 op de 5 mensen krijgt er ooit mee te maken.

Daarnaast kan angst ook een belangrijk symptoom zijn bij bijvoorbeeld een depressie, verslaving of posttraumatische stressstoornis.

Soorten angststoornissen

Angststoornissen kunnen zich op veel manieren uiten en worden door iedereen anders ervaren. Soms treden meerdere vormen tegelijk op. Hoewel ze bepaalde kenmerken delen, verschillen de situaties waarin de angst ontstaat en varieert ook de manier waarop iemand daarop reageert.

Een fobie is een angst die zich richt op iets heel specifieks. Dat kan van alles zijn: dieren, hoogtes, naalden, braken … Niet elke fobie hoeft een probleem te zijn. Wie bang is voor slangen maar er in het dagelijks leven amper mee te maken krijgt, hoeft deze angst niet noodzakelijk aan te pakken. Sommige fobieën hebben wél een grote invloed. Ze kunnen ervoor zorgen dat je alledaagse dingen in het leven gaat vermijden. Denk aan iemand met een hondenfobie die zo bang is dat hij nauwelijks nog buiten durft te komen. In zulke gevallen kan therapie een belangrijke (en misschien wel noodzakelijke) stap zijn om de angst te doorbreken.

Bij een sociale angststoornis ben je zo bang voor het oordeel van anderen, dat je sociale situaties gaat vermijden of alles in het werk stelt om te voorkomen dat iemand een negatief oordeel over je velt.  

Een paniekstoornis houdt in dat je geregeld paniekaanvallen krijgt. Een paniekaanval is een plotselinge, intense angst die uit het niets kan opkomen of door een bepaalde trigger. Je kan de angst lichamelijk voelen, bv. zweten, trillen, hartkloppingen, het erg warm krijgen, slappe benen, moeite met ademhalen. Tijdens zo’n paniekaanval kan je bang zijn om de controle te verliezen of dat er iets ernstig lichamelijk mis zou lopen. Zo kan je bang zijn de controle te verliezen of het gevoel krijgen een hartaanval te krijgen, te stikken of flauw te vallen. Veel mensen met een paniekstoornis ontwikkelen ook angst voor een volgende paniekaanval. Die vrees kan het dagelijkse leven sterk beïnvloeden.  

Bij agorafobie ben je bang om op plaatsen te komen waar je denkt niet zomaar weg te kunnen als je dat zou willen. Dat kan gaan om treinen, bussen, markten, cinemazalen, klaslokalen, in een rij moeten wachten of ver van huis zijn. Vaak gaat deze angst samen met een paniekstoornis: je bent bang dat je op die plek plots in paniek raakt en geen uitweg of hulp zal vinden.

We spreken van een gegeneraliseerde angststoornis of piekerstoornis wanneer iemand voortdurend piekert, overbezorgd is en vreest dat dingen fout zullen lopen. De zorgen gaan meestal over verschillende domeinen van het leven, zoals werk, relaties, financiën, gezondheid … Het gevolg is dat je je vaak gespannen en prikkelbaar voelt, en dat zelfs een kleine aanleiding genoeg kan zijn om je erg ongerust en angstig te maken.

Getuigenis

Bekijk hier een getuigenis van Tine over haar angsten.

Voel je vaak angst of paniek? Dat zegt niets over wie je bent als persoon. Angststoornissen behoren tot de meest voorkomende psychische problemen. De klachten gaan vaak niet vanzelf over, maar met gepaste hulp en ondersteuning kan je er beter mee leren omgaan en kunnen de klachten ook verminderen of zelfs verdwijnen. Het kan moeilijk zijn om over je angsten te praten, uit schaamte of angst voor onbegrip. Toch is erover spreken een eerste belangrijke stap naar herstel.

Mogelijke behandelingen van angststoornissen

Angst kan heel ingrijpend zijn en gaat meestal niet vanzelf over. Maar met de juiste hulp herstellen de meeste mensen stap voor stap. Zelfzorg, steun uit de omgeving en lotgenotencontact kunnen een belangrijke rol spelen in dit herstel.

Bij lichte tot matige angstklachten kan je zelf al veel doen (zoals voldoende slapen, bewegen, sporten, praten met een naaste of iets doen wat je ontspant). Ook een gesprek met een (eerstelijns)psycholoog of (online) zelfhulpprogramma’s kunnen een eerste stap zijn in het werken aan je klachten. Je leert er meer over wat angst precies is en krijgt oefeningen om ermee om te gaan. Zo kan bijvoorbeeld een piekercursus je behoeden dat je angst escaleert.

Als je ernstigere angstklachten ervaart of merkt dat je angst je leven steeds meer gaat beïnvloeden, is het belangrijk om naast wat je zelf al doet ook tijdig professionele hulp te zoeken. Angst is goed behandelbaar: veel mensen merken al na enkele weken verbetering. Er zijn verschillende soorten behandelingen. Welke behandeling past, hangt af van de soort angst die je ervaart, je voorkeur en je situatie. Ook de klik met je hulpverlener bepaalt mee het slagen van de behandeling. Ga in gesprek met je huisarts of (eerstelijns)psycholoog om een behandelplan op te stellen dat past bij jouw wensen, grenzen en mogelijkheden.

Psychologische behandeling / Psychotherapie

Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een veelgebruikte behandeling bij angststoornissen. Je leert begrijpen wat angst met je doet, wat mogelijke oorzaken zijn en hoe je er anders mee kan omgaan. Je onderzoekt samen met je hulpverlener welke negatieve gedachten en gewoonten (zoals vermijdingsgedrag) de angst in stand houden. Vervolgens kijk je kritisch of die gedachten wel kloppen. Daarna oefen je stap voor stap met nieuwe manieren van reageren.

Een belangrijk onderdeel van deze therapie is exposure: je wordt geleidelijk aan geconfronteerd met situaties die angst oproepen, maar dan in een veilige context. Door deze situaties niet langer te vermijden, kan je leren omgaan met de angst of ze accepteren. Je ervaart namelijk dat je kan blijven functioneren als je angstig bent, dat het angstgevoel fluctueert en dat het gevreesde vaak niet gebeurt. Dit vraagt oefening en moed, maar veel mensen hebben baat bij deze aanpak.

Starten met CGT is de eerste keuze bij de behandeling van angst. Meestal wordt dit individueel aangeboden, maar ook groepstherapie is mogelijk. Voor sommigen kan het waardevol zijn om dit aan te vullen met andere vormen van psychotherapie.

Medicatie

Soms kan een arts voorstellen om medicatie op te starten. Meestal gaat het dan om antidepressiva. Deze medicatie werd, zoals de term doet vermoeden, aanvankelijk ontwikkeld om depressie te behandelen. Later bleek dat dit type van medicatie goed kan werken bij angst, ook als je geen depressieve klachten hebt. Medicatie kan tijdelijk steun bieden. Soms is het een zoektocht naar de medicatie die het best werkt voor jou en het effect kan pas na enkele weken merkbaar zijn. Daarom is het belangrijk om geduld te hebben en goed op te volgen of je je beter voelt.

Als je bijwerkingen hebt, bespreek die dan met je arts. Ook wanneer je supplementen of andere middelen gebruikt, is het belangrijk dit met je arts te bespreken. Deze kunnen een invloed hebben op de werking van antidepressiva. Hoewel antidepressiva niet verslavend zijn, kan te snel of plots stoppen met de medicatie tot bijwerkingen leiden of de kans op herval vergroten. Kalmerende middelen zoals benzodiazepines worden enkel nog uitzonderlijk voorgeschreven, en dan als tijdelijk hulpmiddel, omdat ze erg verslavend zijn en op lange termijn de angst kunnen verergeren.

Mindfulness

Bij een gegeneraliseerde angststoornis kan mindfulness ondersteunend zijn. Daarbij leer je je gedachten en gevoelens op te merken zonder ze meteen weg te duwen. Het gaat om een meer accepterende en niet-oordelende houding, waardoor je anders leert omgaan met wat er in je hoofd en lichaam gebeurt.

Let wel op: Mindfulness is niet voor iedereen geschikt. Een klein deel van de mensen kan er juist meer onrust of paniek door ervaren. Denk je eraan om ermee te starten? Bespreek dit eerst met je huisarts of psycholoog. Zij kunnen samen met jou bekijken of mindfulness zinvol is en je helpen een erkende begeleider te vinden.

Wat zijn de oorzaken van een angststoornis?

Er is geen één duidelijke oorzaak voor het ontwikkelen van angst. De oorzaken van angststoornissen zijn meestal een combinatie van een bepaalde gevoeligheid en ervaringen die je hebt meegemaakt. Vaak speelt een lange periode van stress of vermoeidheid mee in het (her)ontstaan van angst.

Angststoornissen ontstaan door een complex samenspel van biologische, psychologische en sociale factoren. Die beïnvloeden elkaar en bepalen hoe gevoelig iemand is voor angstklachten. Zo kan de ene persoon na een stressvolle gebeurtenis een angststoornis ontwikkelen, terwijl een ander dat niet doet.

Factoren die de kans op angst kunnen vergroten (maar niet altijd tot angst leiden):

Biologische factoren en erfelijke aanleg:

  • Iemand in je familie heeft angst (gehad).
  • Een andere werking van bepaalde chemische stoffen in de hersenen (ook wel neurotransmitters genoemd).
  • Lichamelijke aandoeningen, zoals hartproblemen, astma of een schildklieraandoening.
  • Gebruik van drugs en/of alcohol.
  • Hormonale schommelingen, bijvoorbeeld in de (peri)menopauze of tijdens de zwangerschap.

Psychologische factoren en persoonlijke eigenschappen:

  • Eigenschappen zoals perfectionisme, hoogsensitiviteit, een sterk verantwoordelijkheidsgevoel of moeite met controle loslaten.
  • Negatieve denkpatronen, piekeren of de neiging om gevaar te overschatten. Het gaat dan vaak over dingen die nog moeten gebeuren.
  • Ervaren van andere psychische problemen, zoals bijvoorbeeld depressie of dwang.
  • De manier waarop je met angst of stress omgaat. Soms leer je angstig reageren door wat je hebt meegemaakt of door wat je bij anderen zag (bv. Als een ouder bang is voor spinnen, kan een kind die angst overnemen en zelf een spinnenfobie ontwikkelen, zelfs zonder ooit een negatieve ervaring met een spin te hebben gehad).

Sociale factoren en levensgebeurtenissen:

  • Ingrijpende gebeurtenissen (zoals een overlijden, ziekte, ontslag of ongeval), maar ook positieve gebeurtenissen kunnen tijdelijk meer spanning geven en zo een rol spelen (zoals de geboorte van een kind, een huwelijk of een verhuis).
  • Langdurige stress door het ervaren van bijvoorbeeld relatieproblemen, discriminatie, opgroeien in een onveilige omgeving, financiële zorgen of werkdruk.
  • Een traumatische ervaring als kind of later in het leven.
  • Ook kunnen aangeleerde regels invloed hebben. Wie als kind vaak te horen kreeg stil te zijn en anderen niet tegen te spreken, kan later moeite hebben om voor zijn eigen ideeën uit te komen uit angst voor kritiek of afwijzing.

Gelukkig zijn er ook factoren die beschermen tegen angst, zoals een goed sociaal netwerk en je verbonden voelen met anderen, kennis en begrip over angst, leren omgaan met angst, een veilige en stabiele leefomgeving, en voldoende rust en beweging.

Kun je zelf iets doen bij angststoornissen?

Leer meer over (jouw) angst

Begrijpen wat angst is, helpt om er beter mee om te gaan. Je leert herkennen in welke situaties of bij welke gedachten jouw angst sterker wordt. Als je zelf voldoende informatie hebt, kan je ook makkelijker uitleggen aan anderen wat er speelt. Zelfhulpprogramma’s (bijv. AngstHulp) of ervaringsverhalen kunnen hierbij helpen.

Praat erover en blijf in contact

Angst kan een gevoel van schaamte of eenzaamheid geven, maar je staat er niet alleen voor. Praten met mensen die je vertrouwt, zoals familie, vrienden, lotgenoten of collega’s, lucht vaak op. Door te delen wat je doormaakt, kunnen anderen je beter begrijpen en kan je steun ervaren. En misschien ontdek je dat je niet de enige bent die angst ervaart. Jij bepaalt wat je met wie deelt en wanneer.

Hou een dagboek bij

Schrijf op wat je denkt, voelt en doet op momenten van angst of spanning. Zo krijg je helder zicht op je angst en de factoren die ermee samenhangen. Kijk daarna nauwkeurig naar waar je precies bang voor bent: welk rampscenario probeer je te vermijden? Vraag jezelf af hoe waarschijnlijk dat scenario werkelijk is en hoe erg het zou zijn als het toch zou plaatsvinden. Noteer ook alternatieve gedachten die je minder angstig maken. Die kan je nadien herlezen op moeilijke momenten. Bovendien helpt het je om je klachten duidelijker te bespreken met een hulpverlener of iemand in je omgeving.

Schakel tijdig hulp in

Angst verdwijnt meestal niet vanzelf, dus wacht niet met hulp zoeken wanneer de klachten een grote invloed hebben op je leven. Dit is een moeilijke stap, maar weet dat angst goed te behandelen is. Neem contact op met je huisarts of een (eerstelijns)psycholoog. Samen kunnen jullie zoeken naar een aanpak die bij jou past.

Ga de angst niet uit de weg

Vermijden lijkt even te helpen, maar houdt angst in stand. Oefen om je angst of de situatie die angst opwekt niet uit de weg te gaan. Laat je niet dwingen door anderen, maar probeer op jouw tempo uit of waar je bang voor bent ook echt gebeurt. Belangrijk is dat je de angstgevoelens en bijhorende lichamelijke reacties toelaat en leert accepteren in plaats van ze weg te duwen. Zo leer je stap voor stap minder bang te zijn van je angst. Begin klein, neem je tijd en wees trots op elke stap die je zet. Je hoeft dit niet alleen te doen. Laat je ondersteunen door iemand die je vertrouwt of door je hulpverlener.

Ontspan bewust

Angst zorgt ervoor dat je lichaam in een soort alarmtoestand komt. Door regelmatig te ontspannen, kan je je algemeen stressniveau laten zakken. Dat is belangrijk als je angst ervaart. Ademhalings- en ontspanningsoefeningen maar ook afleiding zoeken, kunnen je hierbij helpen. Zoek wat voor jou werkt: wandelen, creatief bezig zijn, muziek luisteren of even niets doen. Kleine rustmomenten doorheen de dag kunnen al een groot verschil maken.

Beweeg en leef gezond

Beweeg regelmatig, zorg voor voldoende slaap, maak tijd voor ontspanning en probeer zo gezond mogelijk te eten. Dat kan ervoor zorgen dat je je beter voelt. Beperk alcohol, cafeïne en andere middelen, want die kunnen angstklachten uitlokken of versterken.

Blijf doen wat belangrijk voor je is

Angst kan ervoor zorgen dat je je terugtrekt, maar verbonden blijven met anderen en met wat zin geeft, is erg belangrijk. Je bent veel meer dan je angst. Plan kleine activiteiten die je plezier geven of betekenisvol zijn, dat kan al veel verschil maken. Door te aanvaarden dat er angst is, en dat dit niet hoeft te betekenen dat je niet meer kan doen wat belangrijk voor je is, kan je er beter mee leren omgaan.

Wees mild voor jezelf

Veel mensen met angst zijn streng voor zichzelf. Ze vinden dat ze niet zo angstig zouden mogen zijn of dat ze sneller moeten durven. Probeer milder te zijn voor jezelf. Je doet wat je kan, stap voor stap. Elke kleine vooruitgang telt. Mildheid kan je helpen om jezelf de ruimte te geven om te oefenen en met meer rust naar je angst te kijken.


Tips voor naasten bij angststoornissen

Leer meer over angst

Kennis over angst helpt je om beter te begrijpen wat er gebeurt. Je leert dat angst niet zomaar overgaat of opgelost kan worden met logisch redeneren. Kennis helpt om rustig en begripvol te reageren. Lees betrouwbare informatie of praat met een hulpverlener als je vragen hebt. Bij sommige behandelingen worden informatiesessies voor naasten aangeboden.

Luister en vermijd oordelen

Neem de angst van je naaste serieus, ook als je die niet helemaal begrijpt. Probeer te luisteren zonder direct advies te geven of te oordelen door te zeggen dat het ‘wel meevalt’. Door een luisterend oor te bieden, voelt je naaste zich gehoord en gesteund. Blijf betrokken en vraag hoe je kan helpen, maar weet: jij hoeft niet de rol van hulpverlener op te nemen.

Erken de angst, maar versterk ze niet

Begrip tonen betekent niet dat je alles moet wegnemen wat angst oproept. Meegaan in vermijding of voortdurend geruststellen lijkt even te helpen, maar houdt de angst op langere termijn vaak in stand en kan zwaar wegen op je relatie. Moedig aan om stap voor stap moeilijke situaties aan te gaan en geef complimenten voor elke poging. Soms heeft iemand toch even behoefte aan geruststelling. Zelf rustig blijven helpt je naaste om zich veiliger te voelen en tot rust te komen, zeker wanneer de angst hoog oploopt. Hoop en vertrouwen in herstel zijn belangrijk, zowel voor je naaste als voor jezelf.

Blijf in contact

Blijf samen praten, ook over gewone dingen. Vraag wat helpt en wat niet, en toon interesse in andere aspecten van het leven van je naaste. Samen kleine momenten van verbinding beleven, kan jullie allebei helpen. Plan een wandeling, probeer samen te lachen of doe iets leuks samen. Zo blijf je trouw aan de band die jullie hebben als familie, vrienden, collega’s …

Motiveer om (professionele) hulp te zoeken

Benadruk dat angst goed te behandelen is. Moedig je naaste aan om hulp te zoeken bij een zorgverlener, zoals een huisarts of (eerstelijns) psycholoog. Als de behandeling gestart is, kan je helpen door je naaste te motiveren om trouw te blijven aan de behandeling.

Heb aandacht voor kinderen in het gezin

Zijn er kinderen in het gezin? Kinderen merken zelf meestal veel op, ook al lijkt dat soms niet zo. Leg hen op een begrijpelijke manier uit wat er aan de hand is, maak ruimte voor hun gevoelens en voor de dingen die ze leuk vinden, en zoek ondersteuning op maat. Probeer de kinderen niet te betrekken in het vermijdingsgedrag of vraag hierover raad aan een hulpverlener.

Zorg goed voor jezelf en stel grenzen

Het kan zwaar zijn om iemand met angstklachten te ondersteunen. Plan momenten voor ontspanning en voor dingen die je energie geven. Ken je grenzen en geef eerlijk aan wat je wel en niet aankan. Zit je met vragen of heb je nood aan hulp voor jezelf? Je staat er niet alleen voor: praat met een hulpverlener, zoek contact met lotgenoten of lucht je hart bij iemand die je vertrouwt.


Meer hulp en informatie over angststoornissen

  • Maak je je zorgen over jezelf of over iemand in je omgeving? Praat erover met je huisarts. Die kent jou of je familielid goed en kan helpen om de juiste steun te vinden.  het vinden van de juiste hulp. Samen kunnen jullie bekijken welke ondersteuning passend is, zoals behandeling bij een (eerstelijns)psycholoog of een centrum voor geestelijke gezondheidszorg (CGG), begeleiding door een mobiel team, of, indien nodig, een behandeling in een dagkliniek of een tijdelijke opname. 
  • Liever anoniem praten? Dat kan bij Tele-Onthaal via chat (www.tele-onthaal.be) of telefoon (106).  
  • Dringende hulp nodig? Bel de hulpdiensten (112) of ga naar de spoeddienst van het dichtstbijzijnde ziekenhuis.  
  • Ben je een zorgprofessional? Je kan terecht bij Psyche (www.psyche.be), het expertisecentrum voor geestelijke gezondheid in Vlaanderen. Ze bieden informatie, opleiding, e-learnings en goede praktijken, en ondersteunen samenwerking in de zorg in Vlaanderen. 

Andere nuttige organisaties:

Uilenspiegelwww.uilenspiegel.net 
Uilenspiegel is een vereniging voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Je kan er deelnemen aan activiteiten, andere lotgenoten ontmoeten en ervaringen uitwisselen. 

Similesnl.similes.be 
Similes is er voor familieleden en naasten van mensen met psychische problemen. Je vindt er een luisterend oor, duidelijke informatie en een breed aanbod aan opleidingen. Daarnaast organiseert Similes ontmoetingen met lotgenoten en ontspannende activiteiten, speciaal voor mensen die iemand met psychische problemen ondersteunen. 


Wist-je-dat..?

  • …ongeveer één op de vijf in zijn leven te maken krijgt met een angststoornis?
  • …angst vaak samen voorkomt met depressie of dwang?
  • …je zelf veel kan doen om je angstklachten te verminderen of herval te voorkomen? De tips op deze webpagina zetten je op weg.
  • …mensen die piekeren tweemaal zoveel kans hebben om een angststoornis te ontwikkelen?
  • Asem - Dendievel, L. - ISBN 9789492958174
  • Angst. Van monster tot stille kracht - Boer, F. - ISBN 9789058980717
  • Gek van mezelf - Bang voor (bijna) alles - Ritstier, A. - ISBN 9789400511835
  • Handboek angst- en dwangstoornissen - Balkom, T. van; Visser, S.; Oosterbaan, D.; Vliet, I. van (red.) - ISBN 9789058983183
  • Mijn tijdperk van de angst: angst, hoop en vrees en de zoektocht naar gemoedsrust - Stossel, S. - 9789023484493
  • Paniek en hoe het aan te pakken – Schruers, K. ; Broeckx, S. - ISBN 9789401482462
  • Waarom we bang zijn – Vervliet, B. - ISBN 9789464015003

Voor kinderen en jongeren:

  • Woordenwolken - Ang, W.; Ramos, F - 9789492784056
  • De behandeling van angst bij kinderen en jongeren. Op basis van cognitieve gedragstherapie en geweldloos verzet. Een gids voor hulpverleners en ouders - Lebowitz, E. R.; Omer, H. - ISBN 9789088508103
  • Kleine Struis. Een voorleesverhaal over bang zijn - Crabeels, K.; Tolman, M. - ISBN 9789401450867
  • Aroe. Vijf dierenverhalen over bang zijn - Benoot, J.; Sylvestre, W. - ISBN 9789044843026

 

Terug